Het is voor jongeren in Molenlanden lastig om aan een betaalbare woning te komen. Het aantal beschikbare starterswoningen blijft laag en bouwplannen binnen de gemeente bieden op de korte termijn nog geen oplossing. 

Jongeren binnen onze gemeente zijn hard op zoek naar woningen binnen hun eigen dorp of stad, maar grijpen vaak mis. Een vlugge blik op een bekende woningsite als Funda laat zien dat er maar een handvol woningen van onder de twee ton beschikbaar zijn. Onder inwoners van de gemeente is er dan ook veel steun voor extra woningbouw. Uit een recent onderzoek van Tipmolenlanden blijkt bijvoorbeeld dat 91% van de ondervraagden aangeeft, dat er meer starterswoningen gebouwd moeten worden.

Verplichte verhuizing

Voor een gedeelte van de starters is er dan ook geen andere keus om in andere regio’s op zoek te gaan. Jelle Fousert uit Hoornaar besloot in 2019 om te verhuizen naar Gorinchem. ‘Binnen Molenlanden is het vrijwel onmogelijk om een betaalbare woning te vinden’, vertelt hij: ‘Bij mijn zoektocht startte ik in Hoornaar, maar het werd al snel duidelijk dat er zelfs binnen de gemeente geen plek voor mij was.’ Hierdoor had Jelle geen andere optie dan te verhuizen naar de stad. Naast Jelle’s verhaal horen wij van Young4Waard ook van andere jongeren dat zij grote moeite hebben met het vinden van een woning.  

Bouwplannen

Toch staat de woningbouw in Molenlanden niet stil. Ook de lokale politiek houdt graag de jongeren binnen onze gemeente, en vanwege het grote woningtekort willen zij voor 2030 zo’n 1.800 extra woningen laten bouwen. Een gedeelte hiervan is bestemd voor appartementen en eengezinswoningen. Hoewel dit op lange termijn zorgt voor extra aanbod, zal er voor de komende jaren nog niet veel veranderen. Er is daarom een test gestart met tiny houses. Deze woningen van maximaal 50 m² zijn snel geplaatst en kunnen al in 2020 worden gebruikt. Een test in Ottoland moet uitwijzen of dit type woning geschikt is voor de gemeente. Hierna zal besloten worden of tiny houses ook op grotere schaal geplaatst kunnen worden. 

Foto: Janniek van der Wal